Eikenprocessierups op de Sallandse Heuvelrug

Let op eikenprocessierups!
De laatste jaren is er in Nederland sprake van een sterke opmars van de eikenprocessierups. Nu wordt de rups ook steeds meer waargenomen op de Sallandse Heuvelrug. Het is belangrijk dat u contact met de rups zoveel mogelijk vermijdt omdat de haren ernstige irritatie van de huid en in de ogen kunnen veroorzaken.

Waarnemingen van de rups zijn er inmiddels van de omgeving van De Pas in Haarle, Duitse bocht naar links op de bergweg Haarle en bij het uitzichtpunt Noetsele en de schuilhut.

 

De eikenprocessierups is de rups van een nachtvlinder die algemeen is in België en ook in Nederland sinds 1990 steeds algemener voorkomt.
De eitjes van de rups komen uit in het voorjaar, zodra de eerste jonge eikenbladeren tevoorschijn komen.  De processierups zit vooral aan de zonnige zuidkant van de eikenstammen in eikenlanen. De nesten bestaan uit een dicht spinsel van vervellingshuidjes, met (brand)haren en uitwerpselen. De rupsen zijn tot 3,5 cm lang.
 
’s Nachts op pad
De rupsen verplaatsen zich 's nachts, op zoek naar voedsel, waarbij zij in lange stroken dicht bij elkaar voortkruipen, wat doet denken aan een processie van mensen. Overdag keren de rupsen terug naar hun nesten. De rupsen eten eikenbladeren, met als zichtbaar gevolg kaalgevreten eikenbomen. Droge winters en droge, warme zomers stimuleren de ontwikkeling van de rups.


  
Brandharen
Niet alle personen zijn even gevoelig voor de brandharen.
De haren zijn 0,2 tot 0,3 millimeter lang. Elke rups heeft er honderdduizenden tot een miljoen van. Het zijn pijlvormige haren, die bij een bedreiging worden afgeschoten. De haren kunnen dan makkelijk de huid, de ogen en de luchtwegen binnendringen. De stoffen die van de haren afkomen veroorzaken een op allergie lijkende huiduitslag, zwellingen, rode ogen en jeuk. In de meeste gevallen verdwijnen de klachten vanzelf. In zeldzame gevallen kunnen andere verschijnselen ontstaan, namelijk braken, duizeligheid en koorts.
 
Verspreiding van de brandharen
De haartjes verspreiden zich met de wind en kunnen zo in contact komen met wandelaars of fietsers. De haren verschijnen vanaf ongeveer half mei tot eind juni op de rupsen. De haren blijven ook na het vertrek van de rupsen in de nesten, die aan de stammen en dikke takken hangen, aanwezig. Na jaren kunnen deze nesten bij aanraking nog overlast veroorzaken.

Flyer
De inhoud van deze pagina is ook te lezen in de flyer>>> Deze kunt u afdrukken en verpreiden. (6 Mb)
 

Huisdieren
Ook dieren, met name honden, kunnen last hebben van de brandharen van de rups.

Eerste hulp
Op de website van het Rode Kruis leest u wat u kunt doen na contact met de brandharen van de rups

Melden van de rupsen
V
ia de Natuurkalender kunt u waarnemen van de rups doorgeven en op de kaartjes kunt u de actuele verspreiding van de rupsen aflezen.