Haantjes op de Sallandse heide

Staatsbosbeheer is van plan om ter hoogte van het uitzichtpunt op de Noetselerberg de dode heide het komende winter te gaan maaien en af te voeren of eventueel (kleine) stukken te gaan  branden. Hierdoor kunnen de zaden van de heide beter ontkiemen en wordt de ontwikkeling van het heidehaantje tegen gegaan.

Nog een haantje op de hei
Niet alleen een zeldzame soort als het korhaan, komt hier op de heide voor maar ook het heidehaantje (Lochmaea suturalis). Deze ‘haan’ komt in bepaalde omstandigheden massaal voor op de struikheide.

Opvallende kever
Het heidehaantje komt van nature in heel Noord-West Europa voor. Vroeger, toen de heide nog door de boeren geplagd werd, was het heidehaantje een gewone verschijning, maar van een plaag was toen geen sprake. Ook in de periode daarna, toen de heide voor verjongingsdoeleinden  nog afgebrand werd, vormde het heidehaantje geen probleem.
Omdat er de laatste jaren steeds meer oude heide is ontstaan kunnen de populaties van deze kever zich goed uitbreiden.  
Het heidehaantje behoort tot de keverfamilie van de haantjes (Chrysomelidae). Het heidehaantje
vreet dan ook uitsluitend (struik)heide (Calluna-soorten). Het is een kleine kever van ongeveer 6 mm lang. De kever is opvallend geelbruin met een zwarte kop en een dichte structuur van kleine putjes op de dekschilden. De larve is geelgroen met zwarte vlekjes. De kevers laten zich bij de geringste verstoring vallen en zijn dan goed verborgen in de strooisellaag.
 
Voorkomen
In ons land kan deze bladkever grote schade aanrichten in de oude struikheide. Als de kever eenmaal aanwezig is kan het zich, dankzij een monocultuur van struikheide, explosief vermenigvuldigen. Omdat de larve van de kever leeft van de sappen uit de stengel van de heide zijn uiteindelijk alle aangevreten planten ten dode opgeschreven.Daarbij wordt de stengel ‘geringd’ door het wegvreten van de  bast.
Op dit moment is op de Sallandse Heuvelrug de schade van het heidehaantje goed zichtbaar, ondanks het feit dat het haantje zelf geen plaag meer vormt. Op tal van plaatsen is de heide dood gegaan en ligt het er troosteloos bij. De kans is groot dat verschillende grassoorten hun kans ‘grijpen’. Als we niets doen, kan het jaren duren voordat er op die plekken weer bloeiende heide te zien is.

Uitzichtpunt Noetselerberg
Ter hoogte van het uitzichtpunt en delen langs de Toeristenweg is de aantasting het meest opvallend, ca. 150 ha. heide is hier dood gegaan. Met name op die plekken komen veel mensen en springt het ook de dode grijze heide het meest in het oog. In plaats van bloeiende paarse heide was het nu in augustus helemaal grijs en grauw.  Het is met name erg jammer voor de vele mensen die op dat punt wilden kijken naar de bloeiende struikheide
Opvallend is dat de jonge heide minder tot geen last heeft. De heide die enige jaren geleden afgebrand of gemaaid is, heeft al helemaal geen last. De larve van het haantje vreet alleen aan de bast van oude heidestruiken.

Beheer
Als beheerder kun je een paar maatregelen nemen. Je kunt de heide plaggen om haar jong te houden. Echter daarmee verstoor je het milieu voor reptielen en broedvogels zodanig dat je dit niet te grote oppervlakte moet doen. Je moet dat dan wel in de winter doen als de natuur in diepe rust is. De larven van het heidehaantje zitten in de humuslaag.
Door de humus mee te verbranden, gaan de larven van de kever ook dood. Het jaar erop kan de heide zich dan weer gaan herstellen. Het winterbranden was vroeger heel gewoon, tegenwoordig gebeurt dat bijna niet meer. Nadeel van branden is natuurlijk dat ook reptielen niet veilig zijn.
Staatsbosbeheer is van plan om ter hoogte van het uitzichtpunt op de Noetselerberg de dode heide het komende winter te gaan maaien en af te voeren of evt. (kleine)stukken te gaan  branden. Hierdoor krijgen de zaadjes eerder kans te kiemen, waardoor na een paar jaar hopelijk de heide op die plekken weer prachtig paars bloeit