Slim branden voor een gevarieerde Sallandse heide

Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer gaan donderdag 2 februari weer een aantal hectare heide gecontroleerd branden in het Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug. In totaal wordt circa 3 hectare in het gebied rondom de Bergweg onder handen genomen.


Meer variatie
Natuurmonumenten en Staatbosbeheer beheren elk een deel van Nationaal Park de Sallandse Heuvelrug. In januari 2008 brandden de twee organisaties voor het eerst kleine percelen in het gebied af. De maatregel bleek succesvol: de heide is sindsdien gevarieerder geworden. Dat is zeer gunstig voor insecten en daardoor ook voor vogels. In combinatie met begrazing door schapen worden de planten breder, wat de variatie nog verder vergroot.

Jonge en oude heide
Uit ervaringen in andere gebieden blijkt dat er na het gericht branden mooie jonge heide en diverse kruiden terugkomen. Dit is goed voor bijvoorbeeld het korhoen, de nachtzwaluw, de zandhagedis en de roodborsttapuit. Op andere plekken krijgen de heidestruiken juist de kans om oud te worden. Het vroegere gebruik van de heide wordt hiermee in een nieuw jasje gestoken.

Opwarmen in de zon
De variatie die zo ontstaat is ook gunstig voor onder andere de zandhagedis. Deze hagedissen hebben behoefte aan open plekjes waar ze kunnen opwarmen in de zon. Maar ze moeten zich ook kunnen verschuilen tegen roofdieren onder een dakje van oude heide.

Optimaal zorgen voor de heide
Uit onderzoek in 2005 bleek dat de heide op de Sallandse Heuvelrug weliswaar mooi is, maar weinig van de variatie kent die bij heide hoort. Oude heidestruiken, zanderige plekken, kruidenrijke stukken en ruige delen met bramen en distels komen weinig voor. Het onderzoek was voor de twee terreinbeherende organisaties aanleiding om het heidebeheer gezamenlijk op te pakken voor optimale resultaten. Naast branden blijven ze ook maaien, kleinschalig plaggen en schapen inzetten als grazers.

Brandweer
De voorbereiding en de uitvoering van het branden gebeurt in nauwe samenwerking met de brandweer. Van tevoren hebben de terreinbeheerders de randen van de brandvlaktes gemaaid. Dit voorkomt dat de brand overslaat naar de omliggende heide. Het branden zelf moet vóór het vogelbroedseizoen plaatsvinden. Er wordt bovendien alleen gebrand in een vorstperiode. Dan is het droog en daardoor verbranden de heidestruiken snel en volledig. En doordat de vorst in de grond zit, blijft de brand oppervlakkig en lopen kleine dieren en insecten die dieper in de grond overwinteren, geen gevaar.