Brandjes zorgen voor structuurrijke heide

Jonge en oude heide
Uit ervaringen in andere gebieden blijkt dat er na het branden mooie jonge heide en diverse kruiden terugkomen. Dit is goed voor bijvoorbeeld het korhoen, de nachtzwaluw, de zandhagedis en de gladde slang. Op andere plekken krijgen de heidestruiken juist de kans om oud te worden. Het vroegere gebruik van de heide wordt als het ware nagebootst. Zo ontstaat variatie, wat gunstig is voor het korhoen. De kuikens hebben bijvoorbeeld behoefte aan open plekjes waar ze op kunnen warmen in de zon. Maar ze moeten zich ook kunnen verschuilen tegen roofdieren onder een dakje van oude heide.
Uit onderzoek in 2005 bleek dat de heide op de Sallandse Heuvelrug weliswaar mooi is, maar weinig structuurrijk. Oude heidestruiken, zanderige plekken, kruidenrijke stukken en ruige delen met bramen en distels komen weinig voor. Staatsbosbeheer en Natuurmomenten hebben op grond daarvan afspraken gemaakt om het heidebeheer te optimaliseren. Naast branden blijven ze ook kleinschalig plaggen, schapen inzetten voor begrazing en maaien.

Brandweer
Voorbereiding en uitvoering van het branden gebeurt in nauwe samenwerking met de Brandweer. Van tevoren heeft Natuurmonumenten de randen van de brandvlaktes gemaaid. Dit voorkomt dat de brand overslaat naar de omliggende heide. Het branden zelf moet vóór het broedseizoen plaatsvinden. Er wordt bovendien alleen gebrand in een vorstperiode. Vanwege de droge omstandigheden verbranden de heidestruiken dan snel en volledig. Doordat de vorst in de grond zit, blijft de brand oppervlakkig en lopen kleine dieren en insecten die dieper in de grond overwinteren, geen gevaar.