Remote sensing onderzoek

Remote sensing wordt voor verschillende doeleinden gebruikt; om milieuproblemen in kaart te brengen, voor meteorologische waarnemingen en voor defensiedoeleinden. Ook navigatiesystemen maken gebruik van remote sensing maar ook voor natuurbeschermingsdoelen. In dit artikel beschrijft Iris Reimerink haar onderzoek op de Sallandse Heuvelrug met behulp van deze techniek.

Remote sensing onderzoek, wat kun je ermee?
In de ruimste zin van het woord is remote sensing het waarnemen van of verzamelen van informatie over iets met een instrument dat geen direct contact heeft met het waargenomen object. Tegenwoordig wordt het begrip vooral gebruikt voor aardobservatie: het verzamelen van gegevens over het aardoppervlak door middel van satellieten, luchtballonnen, schepen of andere hulpmiddelen.

Het Nationaal Park de Sallandse Heuvelrug is de laatste jaren veel in het nieuws, meestal betreft het de korhoender. Logisch dat deze expressieve vogel met zijn uitzonderlijke paargedrag op de voet wordt gevolgd door onderzoekers, beheerders maar misschien wel vooral door vogelliefhebbers.
Er is massaal aandacht voor. Het Nationaal Park zal niet vaak genoemd worden zonder een verbintenis met het korhoen.

Ook ik kwam via het korhoen in contact met het Nationaal Park.
Twee jaar geleden, aan het einde van mijn Hbo-opleiding aan het Van Hall Larenstein in Leeuwarden, moest ik nog één openstaande opdracht uitvoeren, mijn begeleider suggereerde het korhoen als onderwerp.
Ik mailde de secretaris Herman Reimerink van het Nationaal Park en heb toen een beschrijving van het Korhoen gemaakt.  Ruim een jaar later nam ik weer contact op; ik was toen in Wales en halverwege mijn master opleiding ‘Conservation & GIS’ en begon te denken aan een onderwerp voor mijn scriptie. Ik was op zoek naar een opdracht waarin ik natuurbeheer met GIS kon combineren. Herman noemde het heidehaantje en de aantasting van de heide. Ik zag het meteen zitten, dit onderwerp had alle facetten waarnaar ik op zoek was. De vraag was kun je deze aangetaste heide in kaart brengen met remote sensing  technieken? Remote sensing is eenvoudig gezegd : het kijken naar een gebied van bovenaf. Inmiddels heb ik mijn onderzoek bijna afgerond en zijn er leuke resultaten naar boven gekomen.

Het heidehaantje is een kever die leeft van heide, maar hierbij de heide ook ernstig aantast waardoor de heide vaak afsterft. De afgelopen 3 jaar is het menigeen niet ontgaan dat er heel veel heide op de Sallandse Heuvelrug is afgestorven, in totaal bijna 20% van het heide oppervlak. Veel mensen schrikken hiervan en vinden het lelijk. Beheerders zijn echter van mening dat dit proces wel eens voor meer diversiteit kan gaan zorgen, daar komt bij dat deze dode heide insecten zou aantrekken wat positief voor het korhoen kan zijn.  Doordat ik beschikte over luchtfoto’s van eerdere jaren kon ik kijken naar eerdere aantastingen en het gevolg hiervan. Op luchtfoto’s zijn veel patronen te zien waar je geen idee van hebt als je in het veld loopt.
Deze patronen zijn vaak ook jaren later nog terug te vinden. 
Een goed voorbeeld is het grote aantal hectares bos dat gekapt is in de afgelopen decennia. Deze plekken zijn al jaren begroeid met heide, maar op luchtfoto’s zijn nog heel duidelijk de patronen van het bos te zien dat in sommige gevallen al bijna een eeuw geleden is aangeplant. Ook de maai- en plagstroken blijven lang zichtbaar, denk aan 20 tot 30 jaar terwijl die in het veld al lang niet meer terug te zien zijn.      

Heide die is aangetast door het heidehaantje; op de voorgrond dopheide

Het voordeel van remote sensing is dat je niet alleen patronen kunt ontdekken die je niet in het veld ziet, maar ook terug in de tijd kunt door satellietbeelden of luchtfoto’s van vroeger. Tegenwoordig zijn deze luchtfoto’s heel scherp, een schaap kan nog worden herkend. Satellietbeelden zijn veel minder scherp doordat ze vanaf enorme hoogte worden genomen, maar het voordeel hiervan is dat je te maken hebt met technisch zeer geavanceerde apparaten die elk voorwerp op aarde als een individuele reflectie zien. Een eikenboom heeft een andere reflectie dan een naaldboom, maar een zieke eikenboom heeft ook een andere reflectie dan een gezonde eikenboom. Deze verschillende reflecties geven oneindig veel mogelijkheden en we zijn hierin pas aan het begin van een enorme ontwikkeling.

Waar mijn onderzoek zich vooral op heeft gefocust, zijn het detecterende  van niet alleen het heidehaantje maar ook van de vele beheermaatregelen die zijn genomen. In het heidegebied is bijna geen stukje waar niet iets is gebeurd en alles wat er de afgelopen 20 jaar is gebeurd, is terug te zien. Dit geeft de mogelijkheid om te evalueren: welk effect heeft een maatregel zoals plaggen na 5 jaar en na 10 jaar of zelfs na 20 jaar?
Ik heb verschillende patronen ontdekt, zo kwam ik erachter dat het deel van de heide waar in 1994 een grote natuurlijke brand heeft gewoed bijna niet is aangetast door het heidehaantje; een verband dat in het veld niet gevonden werd. Ook heeft het heidehaantje sommige geplagde plekken volledig links laten liggen. Waarom? Deze vraag kan alleen worden beantwoord door verder onderzoek.

Ik kijk terug op een geslaagd onderzoek dat ik met plezier heb uitgevoerd. In het begin heb ik gezegd: ‘Als ik vier maanden lang mijn tijd fulltime moet besteden aan een onderzoek, wil ik dit doen voor een organisatie die baat heeft bij de resultaten’. Ik denk dat ik hierin geslaagd ben, ik heb menig beheerder aan het denken gezet met vragen over patronen die ik zag. Deze beheerders besteden een groot deel van hun tijd in het veld en toch waren ze geregeld verbaasd over de uitkomsten en reageerden soms met ‘dat heb ik nog nooit gezien!’

Op deze luchtfoto zijn verschillende patronen te zien.

De donkere, paarsachtige kleur is heide die niet is aangetast, het grijzige is allemaal heide die (deels) is afgestorven als gevolg van het heidehaantje. De rode lijn geeft de omvang van de brand uit 1994 aan; wat opvalt is dat weinig heide hier is aangetast door het heidehaantje. Rechts, bij de omtrek in het geel, is een witte streep te zien.  Na veldonderzoek bleek dit een grasstrook te zijn, op zich niet vreemd maar de vorm duidt op menselijke activiteiten. Niemand heeft een idee waar deze strook vandaan komt. Het kan wel meer dan 50 jaar geleden zijn dat deze om welke reden dan ook is aangelegd.
Links in de heide is een kronkelig maaipatroon te zien, dit is heide die gemaaid is (2003 en 2010). Verder zijn de vierkanten en rondjes, dat zijn  kleine plekken waar in diverse winters de heide is gebrand, het wittige helemaal links is ontbossing, alle deze patronen  zijn via de zichtbare effecten van de  beheersmaatregelen om de heide niet alleen in stand te houden maar ook om de heide in goede conditie te houden met veel diversiteit.

Iris Reimerink
september 2012