Bergen vol natuur
7x Dieren die je niet elke dag ziet
Bertine Kleinjan
Geschreven door Bertine Kleinjan
3 min
2986 x gelezen

Bij een on-Nederlands landschap horen on-Nederlandse dieren. En inderdaad… de omstandigheden op de Sallandse Heuvelrug zijn zo goed dat we bijzondere diersoorten tot onze vaste bewoners mogen rekenen. Hieronder lees je waar en wanneer je de grootste kans maakt.

1. Nachtzwaluw

Je hoort hem eerder dan dat je hem ziet. Vooral in de broedtijd – tussen mei en augustus – is zijn ratelende roep niet te missen. Voor sommigen is die zelfs onvergetelijk. Er zijn er die speciaal terugkomen voor het mystieke geluid. In de schemer laat hij zich het vaakst zien en dat maakt het, gezien zijn grijsbruine schutkleur, nog lastiger om hem te spotten. Oh ja: hij houdt van zandige, open terreinen zoals de uitgestrekte heide.

2. Roodborsttapuit

Roodborsttapuiten gebruiken de toppen van lage bomen en struiken als uitkijk- en zangpost. Gek genoeg maken ze hun nest laag bij de grond. Goed verstopt tussen planten en struikjes. Pas wel op: de Roodborsttapuit staat erom bekend dat hij zijn nest fel verdedigt. Als je te dichtbij komt, krijg je flink wat getetter naar je hoofd.

3. Korhoen

Korhoenders lijken soms overdreven grote buizerds. Ze behoren tot de fazant familie. Het Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug is de enige plek in Nederland waar ze nog leven. Dankzij de beschutte hellingen, heidevelden, het hoogveen en de rijke bessenvegetatie. Maar zelfs hier, gaat het niet vanzelf. Elk jaar worden er vanuit Zweden zo'n vijfentwintig dieren overgebracht naar de Sallandse Heuvelrug. Of dat werkt? De tijd zal het leren.

4. Watervleermuis

Ondanks hun naam kunnen watervleermuizen niet zonder bomen. Ze verblijven in zogenaamde koloniebomen: levende, holle bomen van minimaal 70 jaar oud. Met een voorkeur voor eiken maar een beuk mag ook. Vanaf maart – na de winterslaap – komen ze, tot een uur, na zonsondergang tevoorschijn. Als je de kolonieboom weet kun je daar posten om ze te zien uitvliegen naar hun jachtgebieden: de vijvers en waterlopen in en om het bos.

5. Zandhagedis

Ritselt er iets langs het zandpad? Misschien wel de zandhagedis? Als het lukt om hem goed te bekijken, zie je wat voor prachtbeest het is. Behalve mooi is hij ook kieskeurig. Hij kiest zijn leefgebied met zorg uit: liefst een zonnig en zanderig hellinkje langs een bosrand. Met struikheide, open plekjes om te zonnen en wat gezelligheid van soortgenoten. Tot eind oktober zijn op zonnige dagen nog kleine hagedisjes te zien, de volwassenen zijn dan allang in winterslaap.

6. Ringslang

Let wel op. Ook slangen liggen graag te zonnen op de hei. De ringslang kan wel 1.20 lang worden Daarmee is het de grootste slang van Nederland. Maar gelukkig is hij onschuldig. Kwetsbaar zelfs omdat hij alleen nog in enkele hoogveengebieden en aangrenzende heideterreinen voorkomt. En omdat de natuurlijke verbindingen tussen deze gebieden verdwijnen, lijkt een uitwisseling van slangen in de afzonderlijke gebieden uitgesloten.

7. Das

Schemert het al? Let dan met de auto extra goed op. Dassen leven namelijk het liefst aan de rand van het park. Het zijn nachtdieren en ze zien niet echt goed. Elk jaar worden er op de Sallandse Heuvelrug wel zo’n zes tot tien dassen doodgereden. Als je bedenkt dat er slechts drie dassenburchten zijn met elk zo’n vier tot acht beesten dan is dat natuurlijk veel te veel!

Meer weten of meer tips om zeldzame dieren te spotten? Vraag het de gastheren en gastvrouwen!

Wat vind je van de informatie op deze pagina?

Bertine Kleinjan
Bertine Kleinjan
Geschreven doorBertine Kleinjan

Bertine Kleinjan is geboren en getogen in Oldenzaal. Ze houdt van zeilvakanties en gaat graag op pad met hun oranje camperbusje maar duikt minstens één week per jaar onder in het prachtige Springendal of op de Sallandse Heuvelrug.

NP Logo
Tip je vrienden
Tip