Van dam tot dam
3 min
1859 x gelezen

Maar dan heel anders. Ver voor het gelijknamige hardloopevenement in Amsterdam, voerden schippers op de eeuwenoude Regge een minstens zo heftige strijd. De Regge is een riviertje dat ooit, net over de Duitse grens, rond Ahaus ontsprong, om zo’n 100 km verder en 50 meter lager uit te monden in de Vecht bij Ommen. Het kampte met zulke lage waterstanden dat gestrande schippers dammen bouwden om los te komen. Als het water achter de dam voldoende gestuwd was, staken ze hem door. De zwaarbeladen zomp kon weer verder totdat hij opnieuw vastliep. Zo ging het van dam tot dam. Gelukkig ging in die tijd alles trager dan in onze jachtige tijd.

Een zomp…?

Jazeker. Het woord zompig ken je waarschijnlijk wel. Dat betekent nattig of moerassig. Een zomp was rond 1800 het ideale vervoermiddel over de toen nogal zompige Regge. Door de lage diepgang manoeuvreerde de platbodem relatief soepel door het ondiepe water. De schipper en zijn knecht sliepen in een benauwd vooronder. De lading - textiel bijvoorbeeld maar ook klompen, eieren en dakpannen – lag opgestapeld aan dek. De zompen werden gemaakt in het vroegere schippersdorp Enter. Gelukkig is de kennis van toen bewaard gebleven en zijn er enkele nieuwe zompen gebouwd. Meevaren kan nog steeds!

Hanzehandel

Dat lage water had overigens geen natuurlijke oorzaak. Daarvoor moeten we terug naar 1400, de tijd waarin de Hanze floreerde. Een samenwerkingsverbond tussen machtige handelssteden in Oost-Nederland, Duitsland en Scandinavië. De rijke Hanzesteden hebben hun goed bewaarde versterkingen, havens en fraaie koopmanshuizen aan die bloeitijd te danken. Toch was de onderlinge concurrentie groot. Om Zwolle en Zutphen de loef af te steken, besloot het stadsbestuur van Deventer een nieuwe beek te graven: de Schipbeek. Het water? Dat lieten ze, via een slimme truc uit de Regge binnenstromen. Sindsdien is de Regge, vanaf landgoed Westerflier bij Diepenheim, vooral in de zomer nog maar een armetierig stroompje.

Westerflier
Westerflier

Aait wat

In de winter daarentegen stroomde dezelfde Regge vaak over. Dat gaf nogal wat ongemak. Zo was er, zoals de locals zeggen: ‘Aait wat’: altijd wel iets om je zorgen over te maken. Volgens de plaatselijke overlijdensregisters was de rivier zelfs verantwoordelijk voor talloze verdrinkingsdoden. Toch vormde het achtergebleven, vruchtbare slib op de landbouwgronden ook een voordeel. Maar toen rond 1900 kunstmest zijn intrede deed, kon er voorgoed afgerekend worden met de overstromingen. De Regge werd rechtgetrokken en gekanaliseerd. Zo kon het water – dacht men – snel afgevoerd worden. Ook zijn er stuwen met vistrappen en overtomen gebouwd.

Stinkend schuim

Ondertussen groeide het aantal bewoners in de dorpjes rondom het stroomgebied. Omdat hun afvalwater via een netwerk van slootjes, in de Regge terechtkwam, werd dat al snel een stinkende, schuimende vaart waar vogels en vissen ver weg van bleven. Dat duurde tot 1965. Toen werden er binnen 15 jaar maar liefst 26 zuiveringsinstallaties gebouwd. Vissen en andere waterbewoners keerden massaal terug.

Voortschrijdend inzicht

En nu, anno 2021? Nu heeft de Regge, zoals je kunt zien, zijn meanderende loop weer terug en slingert hij schilderachtig door het landschap. Veel kades en stuwen hebben plaatsgemaakt voor natuurvriendelijke oevers en slimme vispassages. Klimaatbestendigheid, nieuwe natuur en recreatie waren de uitgangspunten bij de meest recente herstelprojecten. En met het natuurschoon zit het helemaal goed. Zo is de otter weer terug en bouwen staalblauwe ijsvogels hun nesten in de soms steile oevers. En er is nog veel meer te zien en beleven. Ontdek het zelf. Vanuit een kano bijvoorbeeld. Op de fiets of wandelend kan ook. Er zijn volop routes en verhuurmogelijkheden. Wellicht tref je onderweg nog een gastvrije herbergier. Historisch gezien maak je de meeste kans in de buurt van een brug.

Wat vind je van de informatie op deze pagina?

NP Logo
Tip je vrienden
Tip